​Onveilige hechting

Hechting

De ontwikkeling van een veilige hechting of een stevig basisvertrouwen van een kind verloopt niet altijd vanzelfsprekend. Door allerlei omstandigheden kan deze zich minder stevig ontwikkelen waardoor het kind een bepaalde mate van basisonveiligheid voelt. Hierbij durft het kind er bijvoorbeeld minder op te vertrouwen dat het de dingen kan, dat het erbij hoort of de moeite waard is. Onbewust worden beschermingsmechanismen opgebouwd die meegenomen worden naar de volwassenheid, maar niet altijd handig zijn om bijvoorbeeld uit jezelf te halen wat er in zit of bij de verbinding met anderen.

Aan je kind kan je angsten, somberheid of gedragsproblemen merken.

 

Factoren

Factoren in het kind die het stimuleren van een stevig basisvertrouwen voor ouders bemoeilijken zijn bijvoorbeeld: het erg gevoelig zijn, moeilijk contact maken of het hebben van een beperking/ontwikkelingsstoornis. Als ouder kan je veel op je 'bordje' krijgen door bijvoorbeeld je eigen bagage, een scheiding, gezondheids- of financiële problemen waardoor je als ouder (even) minder beschikbaar kon of kunt zijn voor je kind. Ook omstandigheden als een langdurige of plotselinge ziekenhuisopname van kind of ouder, verhuizingen of het overlijden van een ouder kunnen impact hebben op de veilige gehechtheid van het kind. 

 

Pleegkinderen en adoptiekinderen laten vaak een onveilige hechting zien. Bij (milde of forse) hechtingsproblematiek ontbreekt het basisvertrouwen of is deze te weinig stevig ontwikkeld.

Naomi (12 jr): "De wereld wordt anders door Sabine en het is heel leuk.” 

Copyright 2015 studio-Eigenheid